Ruusbroec Jan

Jan van Ruusbroec, bijgenaamd ‘de Wonderbare’, werd in 1293 te Ruisbroek geboren. Als hij elf is, krijgt hij de kans om bij zijn oom, Jan Hinckaert, in Brussel te wonen en er aan de kapittelschool te studeren.  

Hij was tot zijn vijftigste kapelaan in de Brusselse hoofdkerk Sint-Goedele en trok zich nadien terug in een kluis in het Zoniënwoud, kiem voor het klooster van Groenendaal. Daar zocht de mysticus de stilte op om zijn unieke godservaring te beleven en neer te schrijven. Hij schreef diverse boeken over zijn mystieke ervaringen en inzichten, waaronder De Geestelijke Bruiloft. In tegenstelling tot wat toen gebruikelijk was, deed hij dit niet in het Latijn, maar in de taal van het volk: het Middelnederlands of Diets Nederlands. Hij zou na Anne Frank de meest vertaalde Nederlandstalige auteur zijn!  

Jan van Ruusbroec stierf op 2 december 1381 te Groenendaal. In 1908 werd hij zalig verklaard. 

 

Ruusbroec in Ruisbroek

In de kerk van Ruisbroek, waar hij patroonheilige van is, wordt een groot relikwie bewaard van de man dat op zijn feestdag, 2 december, te bewonderen is.

Boven het altaar in de kerk lezen we een tekst van Jan Ruusbroec:

Die tyt es cort, die arbeidt die wi doen mochen es cleine, die loen es ewich ende groet.

Buiten tegen de gevel van de kerk ontdekken we nog een gedenkplaat, naar een ontwerp van Lucien Bertrand, aangebracht in het Ruusbroecjaar 1981. De vorm roept zowel vlam als blad op: de legende van de brandende boom en het beeld van Jan Ruusbroec aan het schrijven onder een boom in het Zoniënwoud zijn nooit ver weg.