Swalus Tobie
Tobias Swalus is geboren in Alsemberg op 19 mei 1889. Hij is de zoon van Andreas, een stukadoor, en Maria Elisabeth Verkist.
Hij trouwt met Catharina Paternot en woont in Sint-Pieters-Leeuw, in het gehucht Brukom nr. 18. Hij is 1,73 m groot en heeft zwart haar.
Soldaat Swalus maakt deel uit van het 5e Linieregiment en in 1914 is hij gestationeerd rond Antwerpen. Wanneer die stad op 10 oktober 1914 valt, vluchten 40.000 Belgische soldaten naar het neutrale Nederland om aan krijgsgevangenschap te ontkomen.
Door de chaotische situatie zagen naar schatting 7.000 soldaten kans naar Engeland te ontkomen en weer dienst te nemen aan het front. Ruim 33.000 militairen werden door de Duitsers ontwapend. De Belgische soldaten werden opgesloten in kampen in Harderwijk en Zeist (nabij Amersfoort). In die groep vinden we Tobie Swalus terug. In Zeist wordt een groot tentenkamp geïmproviseerd: men sliep er met 10 in één tent, met stro op de grond en één deken per man. Het winterde al en de omstandigheden waren bar slecht, vooral bij regenweer. Er werden barakken opgericht en in januari was de toestand al iets verbeterd. In ieder kamp werden 200 barakken gebouwd die ieder plaats moesten geven aan 200 man. Er waren geen bedden, maar de soldaten behielpen zich met wat ze hadden.
Tobias wordt zwaar ziek opgenomen in het ziekenhuis in Utrecht waar hij op 16 november 1917 overlijdt aan meningitis (hersenvliesontsteking). De volgende dag wordt hij begraven op het katholiek kerkhof in Utrecht.
Later wordt zijn stoffelijk overschot overgebracht naar Harderwijk in Gelderland waar hij bijgezet wordt op het Belgisch ereperk.