Personeelsfeest 2026 - speech
Geachte personeelsleden van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw
Beste collega’s
Met maar liefst 300 personeelsleden zijn we hier vandaag samen op deze prachtige locatie om ons tweejaarlijks personeelsfeest te vieren. Een overdonderend succes! Zeker als je weet dat het de eerste editie is zonder partners. Het is duidelijk dat velen van jullie ernaar hebben uitgekeken om hun echtgenoot of echtgenote eindelijk eens thuis te mogen laten.
300 collega’s dus. Stuk voor stuk parels uit de meest diverse diensten en uithoeken van ons bestuur. Ik heb het afgelopen anderhalf jaar als schepen van personeel het voorrecht gehad om de meeste van die parels van dichtbij te leren kennen. En het moet gezegd: er zit hier wat bijeen!
Ik geef u graag een kleine bloemlezing.
Laat ons beginnen bij het begin: de Pastorijstraat, het gemeentehuis, de hoofdtempel. Wie door de schuifdeuren geraakt, moet meteen langs onze eigen zachtmoedige, menslievende versie van Cerberus. Geen vijf koppen, maar toch minstens twee. Als je deze eerste etappe overleeft, een ticketje (enkel) hebt kunnen bemachtigen en je door de tralies hebt geworsteld, kom je bij onze loketten: de hoeders van de heilige Leeuwse boeken.
Of je nu geboren wordt, trouwt of overlijdt: zij weten altijd alles als eerste. En ze weten alles beter ook. Onder leiding van onze eigen Medusa slaan zij je lustig om de oren met papieren, attesten en aktes, in alle kleuren van de regenboog. Ik mocht er ooit een voormiddag op inleefstage. Tegen de middag begon ik zelfs te twijfelen aan mijn eigen identiteit.
De andere ingang van de hoofdtempel wordt bewaakt door Katrien en Yücel. Zij laten geen passant zomaar door en gooien hem meteen een aantal aartsmoeilijke projectmatige raadsels voor de voeten (DBFM, BAFO, PPS, GIPOD, …).
Wie hen overleeft, is meteen klaar voor preventie en welzijn, aan de overkant van de gang. Maar hoedt u! Want al zien de dames van preventie er bekoorlijk uit, nodig ze uit op een overleg en uw project kost meteen een half miljoen meer: branddeuren, detectoren, compartimentering, sprinklers, noem maar op …
Vervolgens moet je langs het grote, gapende zwarte gat, verraderlijk als een Bermudadriehoek, ook wel bekend als het schepenlokaal. Het lijkt steeds donker en verlaten, maar net wanneer je denkt dat je er veilig langs bent, schiet er steevast een schepen uit om je te overladen met onnozele vragen.
Tot aan de diensten Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit geraakt een gewone sterveling sowieso niet. En als je er al geraakt, is de kans klein dat je iets begrijpt van hun Sibillijnse nonsens. Laat staan dat je tot aan de troon van onze eigen Hades, alwetende god van het onderverdiep, zou geraken, Eric S. De laatste die dat geprobeerd heeft, is teruggevonden in het spuitbeton van De Viron.
De meesten kiezen dan ook halsoverkop voor de vlucht naar boven en hollen snel de trap op naar de iets minder angstaanjagende diensten. De communicatiedienst bijvoorbeeld: altijd vriendelijk, altijd gastvrij, altijd klaar met een sympathieke quote of foto. Tenzij wij weer eens te laat (lees: geen) info aanleverden of zelf onze persberichten beginnen te schrijven. Of de ICT-dienst: altijd verbonden, altijd online, zelden bereikbaar, en al helemaal niet verstaanbaar.
Wil je aan een soepke of een beschuit geraken, dan moet je nu enkel nog voorbij de personeelsdienst. Ook geen sinecure. Want hoewel het op het eerste gezicht een vrolijk kiekenkot lijkt, is de laatste en enige haan die we er ooit hebben binnengeduwd nooit meer teruggevonden.
Wie verstandiger is, draait dus links af: maatschappelijk veilig en verantwoord, administratief en organisatorisch in orde. Op het einde van de gang kom je dan terecht in de nauwe kloof tussen Scylla Van Driessche en Bruno Charybdis, de poortwachters van het college. Als je te veel naar rechts afwijkt, raak je verstrikt in de Exceltabellen van Scylla Van Driessche en ben je gegarandeerd je budgetten voor volgend jaar kwijt. Als je te veel naar links overhelt, raak je verstikt in de sigarettendampen van Bruno Charybdis en wandel je zonder twijfel naar buiten met een extra opdracht of vijf. Weliswaar zonder extra budgetten of uren. Kiezen tussen de pest en de cholera dus.
Maar genoeg over de hoofdtempel. Een paar honderd meter verder ligt de tempel van Dionysos, de god van drank en feesten, beter bekend als Landhuis De Viron. Een waar oord van verderf! Onder de schuilnaam “leren en beleven” gaat er daar haast geen dag voorbij of ze zijn weer een feest aan het plannen. Dat alles onder leiding van hun opperpriesteres Stephanie Warboel en haar acolieten. Enkel om de bezoekers te pesten en af te schrikken, stoken ze de temperaturen op tot 40 graden om dan met tientallen enthousiaste volgelingen aan hetzelfde bureau te gaan zitten samenzweren. Wie niet content is, belandt zonder pardon in “de put”. Wegblijven daar, is de enige goede raad die ik u kan geven. Voor je het weet, ben je ingeschreven voor een Knal- of Trekpaardendag.
Over onze leerkrachten kan ik kort zijn: ik haat leerkrachten! Toch zeker die van het secundair. Ze weten altijd alles beter, ze vinden overal foutjes terug, en net als je denkt dat je nu toch echt wel iets goed hebt gedaan, krijg je een rapport vol buizen en een remediëringstraject van hier tot in Tokio. Pff, leerkrachten. Je zou er beter soep van koken. Vooral op het Populiertje dan, ter vervanging van de warme maaltijden.
Last but not least, my personal favorite: den TUD. Stuk voor stuk mannen en vrouwen uit één stuk. Vanuit hun buitenverblijf aan de Brabantpoort zijn zij niet alleen de zuidelijke poortwachters van onze gemeente, maar ook de snelle, behulpzame interventiediensten die, van zodra er ergens iets te snoeien, te kuisen of te herstellen valt, enthousiast uitrukken naar alle uithoeken van de gemeente.
Als het ergens wringt of wrijft in de gemeente, zijn zij de eersten te hulp schieten. En als het nergens wringt, doen ze het zelf wel wringen. Zij zijn de stille kracht achter onze gemeente, al is “stil” misschien niet zo goed gekozen, nietwaar Mathieu? Grote harten, maar even grote monden. We weten waarom we ze naast de politiepost hebben gezet.
Ik weet het: ik ben nog heel wat diensten vergeten. Ik heb helaas nog niet de tijd en de moed gevonden om ze allemaal eens te bezoeken. Maar ik beloof u dat ik de komende jaren ook eens het kanaal overzwem om onze dienst Welzijn, kinderopvang, de woonzorgcentra, de LDC te bezoeken. Tegen het volgende personeelsfeest breng ik graag uitgebreid verslag uit van die overlevingstocht.
Serieus nu, beste collega’s. Ik wil als schepen van Personeel in naam van het gemeentebestuur elk van jullie van harte bedanken voor de inzet en het engagement waarmee jullie elke dag voor onze gemeente werken. Als we vandaag trots mogen zijn op Sint-Pieters-Leeuw, dan is dat in de eerste plaats dankzij het knappe werk dat jullie leveren. Jullie maken elke dag, op het terrein, het verschil voor onze inwoners. Het is dan ook een eer om jullie schepen te mogen zijn!
Geniet van het feest en laat u voor één keer ongegeneerd bedienen door de MAT- en collegeleden.
Santé!